Na vier overvolle festivaldagen clashen de herinneringen in ons hoofd. Maar deze tien dingen gaan ons ongetwijfeld nog lang bijblijven van Le Guess Who? 2025.

1. Een gapend gat
Zullen we met een minpuntje beginnen? Le Guess Who? – een festival met heel veel variatie en weinig licht verteerbare concerten – is tijdens de openingsavond altijd even wennen. Met de kantoorlucht nog in je kleren en mogelijk nog een laatste werkdag voor de boeg durft zelfs het meest welwillende brein zich te verzetten als het plotsklaps weer van het ene in het andere genre gekwakt wordt, en er nog de aandacht moet bijhouden ook. Wat dan niet helpt is een zwart gat van anderhalf uur in de timetable waarin iedereen die niet in Hertz binnenraakt (capaciteit: 534) als enig alternatief de band Sunn O))) voor de kiezen krijgt. Ooit was dat best een spannende act, met enkele indrukwekkende albums, maar stilaan zit er evenveel sleet op de formule als op de haarcellen in onze oren, en hoorden we helaas een veel te luide, veel te lange show van twee mannen die met veel omhaal af en toe een snaar aanslaan en verder doen alsof de zon uit hun hol schijnt. Mag best, maar bied dan alsjeblieft ook andere opties aan. We zagen veel bezoekers dit eerder knarsetandend ondergaan, om dan met een sissende kater in de oren aan hun weekend te beginnen.

2. ¡Viva Colombia!
Veel beter geplaatst om er donderdag meteen de sfeer in te brengen was de innemende Canadees-Colombiaanse Lido Pimienta, die de muziek van de Afro-Colombiaanse cultuur uit haar geboorteregio ditmaal niet aanlengde met elektropop, zoals op haar doorbraakplaat Miss Colombia, maar met een klassiek strijkerskwartet – eat that, Rosalía. En daarmee waren de Colombianen nog lang niet uitgezongen, want zaterdag toonde het festival in wereldpremière de charmante documentaire PICÓ: Voices of a Sonic Culture, over de populaire soundsystems die in de Colombiaanse Caraïben wedijveren voor exclusieve vinylplaten en lokale danslustigen. Regisseur Edna Martinez had bovendien enkele hoofdrolspelers uit de documentaire én zo’n rijkversierd soundsystem naar Utrecht gehaald. Zaterdag bouwden die met z’n allen een feestje in een Utrechtse gymzaal, zondag verzorgden ze de afterparty in Tivoli. Een perfecte afsluiter na een in de andere zalen te vroeg uitgedoofde festivaldag.

3. Cult en cultuur
Naar goede gewoonte wist het festival weer enkele cultacts te strikken. Donderdag ver na middernacht dook zo onder meer de band Mclusky op, die weliswaar ook deze zomer al in Nederland te zien was, maar daarvoor vele jaren op nonactief had gestaan. Met opener ‘Lightsaber Cocksucking Blues’ zat de sfeer er meteen in, en ook de nummers van de nieuwe plaat bleven live pal overeind. Vrijdag was de opkomst talrijk voor de Britse band PRAM, uitgenodigd door curator Valentina Magaletti. Met een prettig gestoord amalgaam van occasionele dwarsfluit, schuiftrompet en theremin loodsten die hun grillige gitaarpop regelrecht ‘The Twilight Zone‘ in. En zaterdag waren er de herboren The Fiery Furnaces, helaas helemaal in De Helling, terwijl er ook in Tivoli vanalles te beleven viel. Konden die echt niet op zondag?

4. Wonderbaarlijke vermenigvuldiging
In de meer dan duizend jaar oude Janskerk is het festival sinds enkele jaren helaas niet meer welkom, maar gelukkig zwaaiden de poorten van de Jacobikerk wel weer open voor enkele zorgvuldig geselecteerde artiesten. Op vrijdagavond maakten Mary Lattimore (op harp) en Julianna Barwick (keys en zang) daar samen grote indruk. Allebei zijn ze zeer bedreven in het creëren van loopjes – het was goed te zien hoe Lattimore na elke aanraking van de harp met haar hand naar het toestel op haar schoot ging om stukjes muziek al dan niet vervormd te laten herhalen, en Barwick deed met haar eigen muziek en stem hetzelfde. Zo vulden ze met hun tweeën de hele kerk met een wonderlijke combinatie van klanken en stemmen waarvan je je nauwelijks nog kon voorstellen dat ze voor je neus tot stand was gekomen. In de winter volgt een eerste duoalbum – iets om nu al reikhalzend naar uit te kijken.

5. Part of the Congos
Voor een festival met zoveel podia en artiesten uit alle hoeken van de wereld was het opmerkelijk hoe weinig afzeggingen er waren en hoe bijna alles mooi op tijd begon en eindigde – lof voor de geoliede organisatie. Eén icoon ontbrak helaas: Cedric Myton, de falsetstem van de legendarische reggaegroep The Congos, werd eind oktober onwel tijdens een concert in Ierland en is nog steeds niet de oude. Helaas bleken de twee overblijvende leden niet echt opgewassen tegen de zware taak om de unieke harmonieën met z’n tweeën drijvende te houden, en de weinig indrukwekkende band op de achtergrond hielp ook niet echt, zonder blazers en met een toetsenist die op een speelgoedpiano leek te spelen. Helaas, maar ‘The show must go on, that’s why we’re here‘, zei één van beide heren toen ondergetekende vroegtijdig de zaal verliet.

6. Hart en soul
Wie van soul houdt, kon vrijdag in Ekko terecht, waar de fonkelende R&B-experimenten van achtereenvolgens Niecy Blues en KeiyaA eigenlijk een veel groter publiek verdienden – maar wat was het ontzettend gezellig in dat kleine zaaltje. “I feel like I’m here on the perfect day,” zei de eerste. “The energy is palpable.” Zaterdag kregen we in de Grote Zaal eindelijk een soort headlinergevoel bij het concert van Adrian Younge, die Utrecht naar eigen zeggen ook een erg warm hart toedraagt nadat hij hier in 2011 als onbekend buitenbeentje erg warm ontvangen werd. Dat was dit jaar opnieuw het geval, en terecht, want zijn door de sound van de vroege seventies geïnspireerde composities zijn stuk voor stuk zalf voor de smachtende ziel, en de fenomenale zanger Loren Oden zou in een rechtvaardige wereld al lang een ster zijn.

7. Novelty en traditie
Ook uit het Afrikaanse continent had het festival weer enkele opmerkelijke artiesten weten te strikken, van jazzdrummer Asher Gamedze over de Ghanese rapper Ata Kak tot de Tanzaniaanse Zawose Queens. Die laatste twee acts – allebei op zondag – illustreerden mooi het hele spectrum. Van Kak’s album Obaa Sima werden 30 jaar geleden slechts een handvol exemplaren verkocht, tot het label Awesome Tapes From Africa het 20 jaar later heruitbracht. Dat verhaal spreekt aan, en de combinatie van synthpop en dance uit de jaren 80 en 90 met zijn heel eigen, gimmicky rapstijl was best amusant, maar muzikaal had het al bij al weinig om het lijf. Veel interessanter waren The Zawose Queens (dochter en kleindochter van de legendarische Hukwe Zawose) die in een perfect opgebouwd optreden met een heel arsenaal aan traditionele instrumenten en een overdosis energie en levensvreugde de muziek van de Wagogo nieuw leven in bliezen, heel effectief ondersteund door een drummer en een bassist die voor een herkenbare, dansbare groove zorgden.

8. ????
De line-up van Le Guess Who? roept bij veel mensen sowieso heel wat vraagtekens op – wie zíjn al die acts op de affiche, nooit van gehoord – maar dit jaar stonden er ook weer wat letterlijke vraagtekens op de timetable. Dat zette sommige festivalgangers aan het dromen – Blood Orange speelde in de dagen voor het festival twee concerten in Tivoli, Makaya McCraven de dag nadien, en voormalige curator Perfume Genius stond woensdagavond nog in Paradiso. Misschien wilden deze acts hun meer lucratieve zaalshows niet compromitteren, maar wilden ze toch ook graag een plekje op Le Guess Who? Deze voorspellingen kwamen niet uit, maar Destroyer kwam ons zondagnamiddag wel verrassen alvorens zich naar de Tolhuistuin te reppen. Een grotere verrassing was Gilla Band – vanwege niet op tour – al hadden ze niet veel toe te voegen aan hun show van zes jaar geleden. Het gelegenheidsduo van saxofonist Bendik Giske en producer Sam Barker – allebei uit Berghain-kringen – bracht tijdens de openingsavond weinig leven in de brouwerij, dat deed het (quasi) volslagen onbekende Boliviaanse duo Los Thuthanaka op gitaar en keytar gelukkig wel.

9. Stilte voor de storm
Wat onmiddellijk opvalt als je andere festivals en zelfs zaalconcerten gewoon bent, is hoe ontzettend stil het kan zijn op Le Guess Who? Je hoort er soms hemeltergende teringherrie, en dan gaat iedereen los, en als er wat te dansen valt, komen veel mensen ook vlot in beweging. Maar de meest breekbare, verstilde, soms ook langdradige en ingewikkelde muziek wordt er bijna zonder uitzondering ontvangen met een respectvolle en aandachtige stilte, enkel af en toe onderbroken door iemand die onderweg naar de volgende muzikale uitdaging een plastic beker omstoot. Dat is echt een verademing, want op heel veel andere plekken wordt zowat overal los doorheen geluld. Het festival heeft door zijn eigenzinnige keuzes zeker heel wat mensen verloren in de afgelopen jaren. Maar de trouwe bezoekers – en wie er al vaak geweest is, kent inmiddels hun gezichten – zijn echt een heel erg fijn publiek.

10. ‘Bob did’
Het aantal publiekstrekkers op de affiche van Le Guess Who? wordt elk jaar schaarser. Dat heeft mogelijk deels met de toenemende kosten te maken – artiesten geven meer geld uit op tour, worstelen om rond te komen, en moeten daarom ook hogere gages vragen aan festivals die het zelf vaak niet breed hebben. Tegelijk is het ook een bewuste keuze om de min of meer bekende indienamen in te ruilen voor artiesten die niet bekend zijn en dat in veel gevallen ook nooit zullen worden, maar dat in de ogen van de organisatoren wel verdienen. Daardoor kan je ook op een festivaldag waarop je eigenlijk geen enkele naam met overgave omcirkeld hebt toch een hele hoop mooie dingen ontdekken. En de artiesten die er wél waren, wisten dit zeer te waarderen. Het meest uitgesproken was de sowieso nogal uitgesproken Alabaster DePlume, die zich dankbaar herinnerde hoe hij hier in 2018 al mocht komen spelen toen zijn naam nog bijna nergens een belletje deed rinkelen, en al helemaal geen welluidend belletje. “Ala-ba-ster De-Plume, who’s gonna fucking book that?” zei hij met enige zin voor zelfspot. “Bob did.” Bob, dat is Bob van Heur, medeoprichter en hoofdprogrammator van het festival. Bij deze ook van ons: many thanks Bob!
Le Guess Who? 2026