The Cure en Pinkpop hebben een lange geschiedenis samen. Veertig jaar geleden stond de band voor het eerst op het festival. Sindsdien is er veel gebeurd. Meerdere albums en wereldhits, de dood van een bandlid en nog twee verschijningen op de mainstage van Pinkpop. Eén ding is na al die jaren echter consistent gebleven: de gehele discografie van The Cure is een ode aan de eenzaamheid. Ook de vierde keer in Landgraaf laat de band van frontman Robert Smith dit zien. Twee uur lang passeert dit thema de revue, van oud tot nieuw materiaal. 45 jaar melancholie, verpakt in één show.
De mensen beginnen nauwelijks aan de grote Halsey migratie, wanneer er een droney tune over de weide schalt. De maan staat al boven de festivalweide als drummer Jason Cooper het podium opkomt en plaatsneemt achter zijn drumstel. Even na hem betreedt de gehele band, inclusief Robert Smith, de South Stage van Pinkpop 2026. Weldra klinkt het instrumentale intro van opener ‘Alone’. Smith beweegt gedurende deze eerste drie minuten langzaam over het podium, eerst naar links, en dan naar rechts. De frontman geniet zichtbaar van de aandacht die hij van het Pinkpop publiek krijgt.
Dan begint hij te zingen, zijn handen opheffend in een vertwijfeld gebaar. Achter de zanger staat een groen landschap op het scherm. Langzaam beweegt de camera naar boven, tot in de hemel en daar voorbij. Uiteindelijk zien we niets anders dan de zwarte leegte van het heelal, met de aarde als een klein stipje. De boodschap is duidelijk: we zijn alleen in dit universum, omringd door het niets. In de volgende 75 minuten zegeviert deze eenzaamheid op de Landgraafse festivalweide.

Een setlist, 45 jaar in de maak
Daarbij komen zowel klassiekers als deepcuts voorbij. Tweede nummer ‘Pictures Of You’ klinkt instrumentaal als een warme douche na de zware opener. Tijdens het intro van het epische ‘Burn’ haalt Robert Smith de hoge noten op zijn fluit. Even later staat de zanger schouder aan schouder te jammen met bassist Simon Gallup. En heel veel meer choreografie hoeven we vanavond ook niet te verwachten van The Cure.
Na een halfuur vormt ‘In between days’ het eerste meezingmoment van de show. Vervolgens gaat het publiek volledig uit haar dak tijdens het iconische ‘A Forest’. Bij het zien van het uitzinnige publiek ontsnapt er een klein lachje bij Robert Smith. The Cure laat deze avond goed zien wat zij in 45 jaar hebben opgebouwd: een catalogus vol iconische hits en fascinerende nummers met klokheldere gitaarriffs en wereldberoemde baslijntjes.

Een minimale show
Veel interactie met het publiek is er vanavond niet. In tegenstelling tot vrijdagheadliner Twenty One Pilots, heeft de show van The Cure visueel niet veel om handen. Los van de retestrak uitgevoerde muziek blijft de lichtshow minimaal. Tijdens ‘From the Edge of the Deep Green Sea’ kleurt de hele South Stage diepgroen. De rest van de tijd overspoelt een blauw licht de festivalweide. Zo laat The Cure zien dat bombast niet per se nodig is om indruk te maken.
Toch merk je op de weide dat mensen gedurende de eerste 90 minuten afdruppelen. Tijdens de lange instrumentale intro’s van deep cuts ‘The last day of summer’ en ‘Charlotte sometimes’ klinkt er veel geroezemoes over het veld.

Een euforisch einde
Na een krappe 75 minuten zet de band ‘Endsong’ in, het laatste nummer van hun verse langspeler Songs of a Lost World. Achter de zeskoppige band verschijnt een bloedrode maan op het scherm, conform de tekst van het nummer. Tien minuten lang bezingt Robert Smith het vergaan van de jeugd, het leven en het onherroepelijke einde. Een gitaarsolo zet het pessimisme van de track nog extra kracht bij. Langzaam verdwijnt de band tussen de nevel van de rode hemel. Dan gaan de lichten uit.
De show is echter nog niet afgelopen. Na een paar minuten zet de band een encore van drie kwartier in, beginnend met het onverwoestbare ‘Lullaby’. Robert Smith zingt met zijn ogen dicht, zijn handen naar zijn keel grijpend: ”The spiderman is having me for dinner tonight!” Hierna slaat de toon van de headlineshow om.
Het laatste deel van de set kenmerkt zich door dansbare, vrolijkere nummers. Zo maakt de track ‘Walk’ indruk met een swingende eurodancebeat. ‘Friday I’m in love’ wordt vrolijk meegezongen door het hele veld. Tijdens ‘Close to me’ doet Robert Smith zelfs enkele danspasjes. Het tweede deel van de setlist lijkt nog nauwelijks op gang gekomen, als de band de eerste akkoorden van festivalanthem ‘Boys don’t cry’ inzet. Ook hier danst en brult het hele veld mee. Zo eindigt de beladen set van The Cure toch nog in een euforisch hoogtepunt.
Pinkpop 2026