Roadburn gaf artiesten de kans om in afzonderlijke sets verschillende fases van hun carrière te verkennen, ook de toekomst. Ze gingen daar met overgave op in.
De vrijdag van Roadburn 2026 begon met een traan dit jaar. “I’m about to cry,” zei Jesse Sykes toen ze een kwartier later dan gepland op het podium verscheen. “I don’t know what to say, everybody’s been so kind.” Tot haar afgrijzen was ze net voor dit concert waar ze zo naar had uitgekeken haar stem kwijt, en dus had ze uiteindelijk besloten om een instrumentale set te spelen. Het was dit of “crying at the Ibis all night” zei Phil Wandscher, met wie ze op deze tour een duo vormt. Makkelijk was het allesbehalve – de aandrang om te zingen was zo groot dat Sykes het af en toe toch probeerde, met een spookachtige stem die recht uit het hiernamaals leek te komen waar haar bandnaam naar verwijst. Daarbij ging haar gitaarspel helaas ook soms de mist in. Maar wat bleef hangen, was de warmte waarmee dit uiterst mistroostige Americana-duo ontvangen werd op een festival dat vooral op zwaardere genres mikt.

“The best thing about this festival is that it feels like a family event,” zei Johannes Persson van Cult of Luna vrijdag, en hij bedankte organisatoren “Walter & Becky” bij de voornaam. Met die term doelde hij niet op de muziekkeuze van dat duo, die menig familiefeest onmiddellijk zou doen leeglopen, maar op de uiterst positieve sfeer die zowel backstage als in het publiek heerst op dit evenement vol moeilijke, luide, soms zelfs naargeestige muziek. Cult of Luna kwam misschien het dichtst bij het profiel van de klassieke festivalheadliner, met een mooi vormgegeven decor, een uitgekiende lichtshow en gestroomlijnde klank. Ze speelden twee sets op het festival, opgedeeld in een ‘early’ en ‘late era’, waarvan de laatste era begon met het invloedrijke dubbelalbum Vertikal uit 2013. Dat was een onmiskenbaar hoogtepunt.
Japanse legendes
De Japanse band Boris maakte daags nadien op hetzelfde podium nog meer indruk met een selectie uit hun ondergewaardeerde meesterwerk Pink uit 2005. Dat bleek de tijd uitstekend doorstaan te hebben, met de grote gong op het podium als een soort middelpunt waarin alles wat er toen en nu opwindend was in rock en metal samen leek te komen. Waarom hebben we de afgelopen jaren zo weinig gehoord van deze nog steeds haarscherpe band? Voor zo’n dingen moet je echt op Roadburn zijn.

Enkele andere bands kregen nog uitgebreider de kans om samen met de fans hun verhaal te hervertellen. Krallice speelde, in onchronologische volgorde, drie sets waar ze het verleden, heden en toekomst van hun ongepolijste black metal verkenden, razendsnel maar ook melodieuzer dan hun platen doen vermoeden, soms als een soort surfrock op speed. De legendarische Japanse band Acid Mothers Temple speelde ook drie sets volgens deze formule, al vermoeden we dat alleen verstokte fans hier en daar een song herkenden. In de ‘present’-set op vrijdag kwamen ze niet al te best uit de verf en werd er zelfs even behoorlijk vals gezongen, maar met hun veel beter opgebouwde ‘future’-set op zaterdag zetten ze de zaal behoorlijk op stelten.

Nieuw talent viel er ook te ontdekken, en enkele bands leken helemaal klaar voor de festivalzomer. Zo zou Blackwater Holylight ook perfect passen in een grote tent op festivals die graag een wat potigere versie van Beach House of Slowdive over de vloer krijgen. En de band Prostitute bleek live niet de desintegrerende splinterbom die je op basis van het album zou durven te verwachten, maar deed denken aan IDLES toen die nog gewoon in De Helling in Utrecht speelden. Een band met een charismatische zanger die bij de Libanese traditie van zijn familie niet alleen muzikale invloeden, maar ook onweerstaanbare dansmoves leende. Je zag ze het eerst op Roadburn, en met wat geluk komen ze daar over enkele decennia nog eens dankbaar terugblikken.

Roadburn Festival 2026